Verslag Symposium  

Simone van Trier opent het NAZL symposium met aan te geven dat het weer heel fijn is om fysiek bij elkaar te komen en deze twee dagen kennisuitwisseling met elkaar te hebben in de acute verloskundige keten.

De eerste sprekers nemen ons mee naar het Preklinisch handelen bij acute verloskundige zorg (Maartje Zelis en Josje Langenveld). Fluxus post partum en prolaps navelstreng zijn twee acute situatie die kunnen optreden. Risicofactoren voor fluxus zijn  weeënzwakte, een groter kind, meerdere kinderen, infectieziekten, cervix ruptuur en het voorkomen van vleesbomen. De incidentie van fluxus (bloedingen na de bevalling) is ongeveer 5%. Preventie m.b.t. het voorkomen van fluxus: risicoselectie tijdens de zwangerschap (op basis van screeningslijst), direct na de geboorte eventueel oxytocine toedienen. Verder tijdens de bevalling goed het bloedverlies in de gaten houden (wegen en meten).
Wat kun je doen in de prehospitale setting bij een fluxus.? Bel 112, infuus van tevoren prikken, vitale parameters controleren. Keten overdracht door SBAR te gebruiken, aan de gynaecoloog. Vervoer door ambulance, toedienen van medicatie en uteruscompressie. Verloskundige eventueel meenemen in de ambulance. In 2e lijn worden parallelle acties opgestart bij de vooraanmelding. Eventuele overdracht op de OK bij ernstige fluxus.

Een andere acute situatie is prolaps navelstreng. Hierbij dien je zo snel mogelijk naar het ziekenhuis te gaan. A1 rit is gerechtvaardigd omdat het kind zo snel mogelijk geboren moet worden. Deze situatie wordt zo’n 50 keer per jaar gezien in Limburg. Risicofactoren voor een uitgezakte navelstreng zijn een stuitligging, veel vruchtwater, vliezen die artificieel worden gebroken (bij opwekken weeën). Dit is een calamiteit die direct actie vereist aangezien er gevaar voor zuurstoftekort bij de baby kan ontstaan. De tijd tot geboorte is het meest bepalend voor de uitkomst van het kind.
Take home boodschap: communicatie, parallelle actie inzetten, zijligging moeder, overdracht via SBAR

Geboortezorg = ketenzorg!!

NAZL2021_posterA3_v3.jpg

Desiree Moonen, gynaecoloog uit het Laurentius Ziekenhuis, neemt ons mee naar het onderwerp “Reanimatie bij zwangeren”. We zien dit zo’n 6x per jaar in Nederland, indien de reanimatie snel verloopt is herstel van de circulatie mogelijk en als de sectio binnen 5 minuten wordt uitgevoerd is er voor 70% van de geboren kinderen geen gevolgen.

Anatomie en fysiologie van de zwangere vergt een iets andere aanpak van de reanimatie. Hoogstand van het diafragma zorgt voor 20% minder longvolume. 20% meer zuurstofbehoefte bij zwangeren, meer kans op aspiraties en veneuze terugvloei naar het hart is met 30% verminderd bij rugligging van een zwangere omdat de aders worden dichtgedrukt.

Oorzaken kunnen zijn pre-eclampsie (hoge bloeddruk en eiwit in de urine), HELLP syndroom (hemolyse, verhoogde leverenzymen, lage bloedplaatjes), fluxus (heel veel bloedverlies), vastzittende placenta. Zwangere vrouwen hebben een enorm compenserend vermogen (jong en gezond) waardoor je pas in laat stadium gaat merken dat er iets mis is.

Bij een reanimatie denk aan inroepen van hulp (MMT oproep), BLS/ALS vervolgens ABC, draai de moeder naar links aangezien reanimatie op de rug  geen zin heeft door druk op de vena cava.

Altijd eerst moeder behandelen en in tweede instantie het kind ongeacht conditie kind. “ Treat first what kills first!”.

 

Take home boodschap: bewust zijn van veranderende anatomie en fysiologie van zwangere, waardoor aanpassingen in reanimatie setting noodzakelijk zijn en “treat first what kills first”.

 

Vervolgens een presentatie van Rob Moonen, neonatoloog Zuyderland, over ongeplande bevallingen buiten de verloskamers. De reanimatierichtlijn is in 2021 vernieuwd. Pasgeborenen zijn klein, nat en longen zijn met vocht gevuld vandaar de term ‘natte neonaat”.  Bij zuurstoftekort daalt de hartslag maar bij pasgeborenen daalt de hartslag niet onmiddellijk maar houdt ongeveer 20 minuten een bepaald laag niveau aan. Dus snel starten met reanimatie waardoor er meer zuurstof in het hart komt, en dan gaat hartslag omhoog, zorg ervoor dat de luchtweg vrij is. Ook belangrijk is het warmtemanagement. Afkoeling van een pasgeborene gaat heel snel en hypothermie is geassocieerd met hogere mortaliteit en morbiditeit. Dus warm toedekken (mutsje) zo min mogelijk luchtstroming (ramen en deuren sluiten), zorg voor warme ondergrond (op de moeder leggen) en eventueel gebruik een warmtestralingsbron.

 

Als laatste volgt een verhaal over interprofessioneel samenwerken door Theo Manders en Loes Schatorje van Viecuri Medisch Centrum. Inzicht in de invloed van menselijke factoren op de samenwerking is cruciaal. Dus het trainen van de communicatie lijnen ten tijde van een verloskundige calamiteit is belangrijk en verhoogt de patiëntveiligheid. Ook situatiebewustzijn creëren, waardoor besluitvorming kan plaatsvinden, en overgaan tot actie is van belang.

Vanuit Crew Resource Management (CRM) worden de volgende principes aangestipt:

  • Ken je werkomgeving

  • Bepaal leiderschap

  • Herken de ernst en roep vroegtijdig om hulp

  • Communiceer effectief (niet denken, maar praten)

  • Stap terug, evalueer en anticipeer

  • Gebruik alle beschikbare middelen en bronnen

  • Voorkom fixatie fouten, en dubbel check

  • Verdeel werklast en ben 1 team

Gecombineerde interprofessioneel simulatie teamtrainingen (GIST) wordt de volgende stap. Samen Leren door Simuleren. En uiteindelijk dat zorgprofessionals allemaal een basistraining CRM hebben gevolgd zodat we allen dezelfde taal spreken indien er zich een calamiteit voordoet. Leren van en voor de praktijk!

Take home boodschap: impact van menselijk handelen is cruciaal voor de kwaliteit van zorg! 

 

De 4 workshops die iedereen gevolgd heeft gaan van daadwerkelijk een reanimatie setting van een pasgeborene oefenen tot klinische redeneren, tot het bespreken van een casus door de keten heen en een gesprek met een ervaringskundige (vader) die een moeilijke bevallingssituatie heeft meegemaakt.

Een aantal belangrijke zaken die opvallen zijn:

  • Goede samenwerking in de keten door elkaar te kennen, verwachtingen van elkaar te kennen, wat heeft de ander van mij nodig bij overdrachtsmomenten?

  • Kennen we elkaars protocollen (1e lijns verloskundigen, ambulanceverpleegkundigen, gyneacoloog)?

  • Wie heeft welke verantwoordelijkheid wanneer, interprofessioneel samenwerken

  • Casuïstiekbesprekingen door de keten heen van belang, debriefing vindt nu vaak niet plaats

  • Leren van elkaar als professionals en ook van de partner

Simulatiecentrum MUMC+01.jpg
thumbnail_zwangere.jpg